De natuurlijke duurzaamheid van hout wordt bepaald met behulp van veldproeven, waarbij kernhouten paaltjes van 50 x 50 mm in de grond worden geslagen. Biologische organismen als schimmels en insecten plus de weersomstandigheden tasten het hout aan. De mate waarin het hout deze aantasting kan weerstaan heeft geleid tot een indeling in de volgende 5 klassen.

Duurzaam-heidsklasse

Omschrijving

Geschatte levensduur

Voorbeelden van Europese houtsoorten

I

Zeer duurzaam

> 25 jaar

robinia

II

Duurzaam

15 à 25 jaar

Europees eiken, tamme kastanje, taxus

III

Matig duurzaam

10 à 15 jaar

noten, kersen

III – IV

Matig – weinig duurzaam

8 à 13 jaar

inlandse douglas, inlandse lariks, grenen

IV

Weinig duurzaam

5 à 10 jaar

vuren, Amerikaans eiken, iepen

V

Niet duurzaam

 < 5 jaar

beuken, berken, elzen, essen, esdoorn, populier, haagbeuken, linden

Levensduur*


Afhankelijk van de omstandigheden waaronder hout wordt toegepast kan men het risico dat het hout wordt aangetast indelen in een vijftal risico klassen, namelijk:

Risico-Klasse

Toepassing

Bevochtigheids-graad

Houtvochtgehalte

1

Geen grondcontact, geschut en droog

Permanent droog

Maximaal 20 %

2

Geen grondcontact, beschut met risico op vochtaantasting

Toevallige blootstelling aan vocht

Tijdelijk > 20 %

3

Geen grondcontact, onbeschut

Regelmatige blootstelling aan vocht

Regelmatig > 20 %

4

In contact met grond of zoet water

Permanente blootstelling aan vocht uit de grond of aan zoet water

Permanent > 20 %

5

In contact met zout water

Permanente blootstelling aan zout water

Permanent > 20 %

Risicoklassen*
Voor een optimaal houtgebruik is het verstandig een houtsoort te kiezen die geschikt is voor de omstandigheden waaronder men het hout wil toepassen. Dit leidt tot het onderstaande verband tussen risicoklassen en duurzaamheidsklassen.

Risico-
Klasse
Duurzaamheidsklassen

I

II

III

IV

V

1

+

+

+

+

+

2

+

+

+

(+)

(+)

3

+

+

(+)

(±)

(±)

4

+

(+)

(-)

5

+

(-)

Het voldoen van natuurlijke duurzaamheid

+

voldoende

(+)

voldoende, afhankelijke van omstandigheden

(±)

afhankelijk van toepassing, maatregelen en houtsoort

(-)

alleen bepaalde toepassingen

niet voldoende

* Bron: Houtvademecum, Almere 1998